Listing 1 - 10 of 33 << page
of 4
>>
Sort by

Book
La médecine de groupe : la maison médicale, finances et pratique de groupe
Publisher: Bruxelles GERM,

Faim de vie : le témoignage poignant d'une fin de vie dans une unité de soins palliatifs
Authors: --- ---
ISBN: 287356220X Year: 2001 Publisher: Namur Fidélité,

A doctor in practice.
Authors: ---
ISBN: 0710077459 Year: 1974 Publisher: London Routledge and Kegan Paul,


Book
Veranderingen in de patiënt-huisartsrelatie.
Authors: --- ---
Year: 1975 Publisher: Nijmegen Dekker en van de Vegt,


Book
4. Internationaler Kongres für Gruppenmedizin : Berlin, 14. Juni-17. Juni 1979 : Dokumentation Deutsch
Year: 1979 Publisher: S.l. Hartmannbund,


Dissertation
Islamitische ethiek aan het levenseinde : een theoretisch omkaderde inhoudsanalyse van Engelstalig Soennitisch bronnenmateriaal en een kwalitatief empirisch onderzoek naar de houding van praktiserende Marokkaanse oudere mannen in Antwerpen.

Loading...
Export citation

Choose an application

Bookmark

Abstract

Deze studie wil de houdingen van praktiserende Marokkaanse oudere (60+) mannen in Antwerpen tegenover ethische beslissingen bij het levenseinde analyseren en deze plaatsen tegen de achtergrond van de islamitische ethiek in het algemeen en de soennitische virtuele oemma in het bijzonder. In Deel I schetsen we de eigenheid van islamitische ethiek als een gelaagd en pluriform gegeven, terug te vinden in een brede waaier aan islamitische disciplines waarin vormen van islamitische ethische reflectie voorkomen. We staan stil bij het ethische raamwerk van de primaire bronnen van islamitische ethiek: de Koran en de hadieth. Het Koranisch-ethische raamwerk beschrijven we aan de hand van vier sleuteltermen: îmaan, islaam, taqwâ en ihsaan. De wereld, geschapen door een almachtige God, is vol van tekenen die voor de mens een aansporing zijn om op zoek te gaan naar de gronden van zijn geloof (îmaan). De ontologische visie aanwezig in de Koran wijst de mens op zijn/haar plicht tot onderwerping (islaam) ten overstaan van zijn/haar schepper. Meer nog dan op het geloof ligt de nadruk in het leven van de moslim op orthopraxie: de houding van de gelovige moslim ten overstaan van God wordt gekenmerkt door een houding van vroomheid (taqwâ) en van zachtheid en vriendelijkheid (ihsaan) in intermenselijke relaties. Gezien het gebrek aan systematisch onderzoek naar het ethische gehalte van de hadieth voeren we op basis van een keyword search van drie grote naar het Engels vertaalde hadieth-collecties – de Sahieh Boechari, de Sahieh Moeslim en de Moewatta van Malik – een deelonderzoek uit naar de visie op medische ethiek in de hadieth. Dit deelonderzoek leert ons dat het zoeken naar en ondergaan van behandeling bij ziekte verplicht zijn, dat genezing afkomstig is van Allah – Hij heeft voor elke ziekte ook een genezing voorzien –, dat zelfmoord ten stelligste verboden is – op straffe van eeuwige martelingen in het hellevuur – en dat geduld in het verdragen van pijn en lijden leidt tot een plaats in het paradijs. Globalisatie, modernisering en migratie zorgen ervoor dat moslims worden geconfronteerd met volstrekt nieuwe ethische dilemma’s voor het islamitisch juridisch denken (fiqh): zo is er nergens in Koran of hadieth sprake over niet-behandelbeslissingen, het gebruik van pijnbestrijdende medicatie met mogelijk levensverkortend effect of euthanasie. Globalisatie en migratie creëren volgens Olivier Roy (2002) ook een nieuwe omgang met islamitische autoriteit: hij wijst op het ontstaan van een geglobaliseerde islam, ontworteld uit de concrete setting van islamitische landen, gekenmerkt door een verregaande individualisering en door een exclusieve gerichtheid op Koran en hadieth als leidraad voor een islamitische levenswijze. Het gevolg van de krachten van globalisatie op islam is volgens Roy niet dat de religie verandert, maar wel de religiositeit: elke individuele moslim weet zich opgenomen in een wereldwijde islamitische gemeenschap (oemma) waaraan hij/zij kan participeren via het Internet (de virtuele oemma). In deze virtuele oemma blijven ethische beslissingen bij het levenseinde niet onbediscussieerd. Gezien de specifieke doelgroep van deze studie gaan we op zoek naar soennitische islamitische visies op het levenseinde zoals die voorkomen in de virtuele oemma (Deel II). We beperken het bronnenmateriaal voor het theoretische luik van deze studie tot Engelstalige discussies – Anderson (2003) merkt op dat het Engels ook op islamitische websites de lingua franca wordt – over ethische beslissingen bij het levenseinde vanuit soennitisch islamitisch standpunt. Daarvoor analyseren we wat we kunnen vinden op Engelstalige soennitische websites, bestuderen we Engelstalige publicaties van internationale islamitische organisaties – de Islamic Organisation of Medical Sciences (IOMS), de European Council for Fatwa and Research (ECFR), de Islamic Medical Association of North America (IMANA) en de Islamic Social Services Association (ISSA) –, Engelstalige publicaties van soennitische auteurs – o.m. Rashid Gatrad, Abul Fadl Mohsin Ebrahim – en empirische studies over ethische beslissingen bij het levenseinde met moslims als doelgroep. In het analyseproces gebruiken we Broeckaerts (2003, 2006) typologie van ethische beslissingen bij het levenseinde als leidraad. Deze typologie bevat omschrijvingen van zeven verschillende medisch-ethische beslissingen bij het levenseinde: (niet-)behandelbeslissing, weigeren van behandeling, pijnbestrijding met (vermeend) levensverkortend effect, palliatieve sedatie, euthanasie, actieve levensverkorting zonder verzoek en hulp bij zelfdoding. De resultaten van de bronnenstudie tonen dat in Engelstalige soennitische publicaties over ethische beslissingen bij het levenseinde elke handeling die in Broeckaerts typologie aan bod komt onder de noemer actieve levensbeëindiging radicaal verboden is. We vinden een genuanceerder omgaan met niet-behandelbeslissingen en het weigeren van behandeling. De dominante visie die we op beide vormen van medisch begeleid sterven in het bronnenmateriaal kunnen terugvinden is een voorwaardelijke en (vaak zeer) beperkte aanvaarding. Eenzelfde logica is onderliggend aan beide vormen van medisch begeleid sterven: een niet-behandelbeslissing en het weigeren van behandeling kunnen slechts toelaatbaar zijn indien vanuit medisch standpunt de kans op genezing ontbreekt of als de patiënt hersendood is of bijna dood. Over pijnbestrijding wordt niet veel geschreven. De dominante visie is echter dat behandelingen met pijnbestrijdende medicatie met een – doorgaans vermeend – levensverkortend effect toelaatbaar zijn op voorwaarde dat de behandelende arts deze medicatie gebruikt met de intentie het pijnniveau bij de patiënt te doen dalen en niet met de intentie diens leven te verkorten. Over palliatieve sedatie heeft ons bronnenmateriaal het niet. In het empirische luik (Deel III) van deze studie (semi-gestructureerde interviews, Grounded Theory), richten we onze aandacht naar de beleving van religie bij oudere Marokkaanse mannen in Antwerpen en de manier waarop religie invloed heeft op hun houding tegenover ethische beslissingen bij het levenseinde. Om de beleving van religie te bestuderen, hanteren we Glock & Starks (1965) vijfdimensionale model van religiositeit met toevoeging van een zesde dimensie, de sociale dimensie. Voor de bepaling van ethische beslissingen bij het levenseinde hanteren we opnieuw Broeckaerts typologie van ethische beslissingen bij het levenseinde. De respondenten zien actief levensbeëindigend handelen als radicaal verboden. Het beëindigen van een mensenleven is een taak van Allah. Het komt de mens niet toe om zich in de plaats van Allah te stellen en eigenhandig het levenseinde te bepalen. Ook een niet-behandelbeslissing is volgens de respondenten in onze studie radicaal verboden, gezien de mens – zoals vermeld in de traditie – de plicht heeft om op zoek te gaan naar genezing. Het weigeren van behandeling is ontoelaatbaar voor de helft van de respondenten. Dat het weigeren van een behandeling voor de andere helft van de respondentengroep wel toelaatbaar moet zijn, is verbonden aan de voorwaarde dat de mens eerst wel verschillende medische behandelingen moet ondergaan. Pas als blijkt dat een behandeling niet het gewenste resultaat heeft, mag de patiënt ervoor kiezen een behandeling stop te zetten. Het gebruik van pijnbestrijdende medicatie met een (vermeend) levensverkortend effect is voor de respondenten in deze studie geen ethisch probleem: het aanvaarden van een medische behandeling behoort tot de basisverplichtingen van een zieke moslim en Allah is de enige instantie die bepaalt wanneer een mens zal sterven. De resultaten van ons empirisch onderzoek worden bevestigd in interviews met twee Antwerpse imams, twee Marokkaanse huisartsen in Antwerpen en een moslim verpleegkundige met veel ervaring in palliatieve zorg. Uit de verbreding van de onderzoeksresultaten (interviews met de imams) en uit de toets aan de praktijk (interviews met artsen en de verpleegkundige) leren we dat de mening van de oudere respondenten moeten worden begrepen binnen de theologische visie die deze meningen omkadert: het gaat erom te bekijken of een (medische be)handeling al of niet ingaat tegen de wil van Allah. Meewerken op de weg die Allah voor jou als mens vooraf heeft bepaald, is toegestaan. Zelfstandig een andere wending geven aan die weg door het moment van je eigen dood te bepalen, is verboden. Maar belangrijker nog dan de houdingen van de Marokkaanse oudere mannen op zich, is de wijze waarop religie hun houdingen beïnvloedt. De analyse van de onderzoeksresultaten toont dat vier dimensies erg belangrijk zijn in de antwoorden van de respondenten: de intellectuele dimensie, de experiëntiële dimensie, de ideologische dimensie en de consequentiële dimensie. In hun antwoorden op de zeven casussen thematiseerden de respondenten zeer duidelijk traditionele theologisch-ethische visies die voorkomen in de Koran en de hadieth (intellectuele dimensie). Daarnaast blijkt dat zij deze traditionele theologisch-ethische visies zeer sterk hebben geïnterioriseerd: in hun beschrijving van de verschillende rituele verplichtingen geven de respondenten aan de aanwezigheid van Allah te ervaren (experiëntiële dimensie). De ideologische dimensie van religie komt sterk aan bod in de antwoorden van de respondenten: elk van de antwoorden op één van de zeven casussen is een uiting van het feit dat deze mensen goede moslims willen zijn en dat zij de islamitische waarden zeer sterk affirmeren. De consequentiële dimensie is duidelijk merkbaar. De rituele en de sociale dimensie blijken in de antwoorden van de respondenten op de zeven casussen minder belangrijk te zijn. Tot slot vergelijken we de dominante visies tegenover ethische beslissingen bij het levenseinde in de bronnenstudie met de dominante houdingen van de respondenten in het empirische onderzoek. Daaruit blijkt dat de houdingen van de respondenten (empirisch luik) sterk overeenkomen met de visies in het Engelstalige soennitische bronnenmateriaal (literatuurstudie). Elke vorm van actief levensbeëindigend handelen – euthanasie, actieve levensbeëindiging zonder verzoek en hulp bij zelfdoding – is telkens radicaal verboden. De houdingen tegenover het weigeren van behandeling zijn in de bronnenstudie én in de empirische onderzoeksresultaten afkeurend, maar niet radicaal afwijzend. De houdingen tegenover niet-behandelbeslissingen en pijnbestrijding zijn licht verschillend van elkaar. Waar een niet-behandelbeslissing voor de oudere respondenten radicaal onaanvaardbaar blijkt, zijn de auteurs in het Engelstalige soennitische bronnenmateriaal genuanceerder: zij staan minder radicaal afwijzend tegenover niet-behandelbeslissingen. Er is eveneens een verschil in de houdingen tegenover pijnbestrijding: waar in het bronnenmateriaal de dominante visie duidelijk slechts een voorwaardelijke aanvaarding is, vinden we bij de respondenten een overweldigende aanvaarding van pijnbestrijdende medicatie met (vermeend) levensverkortend effect. Deze overweldigende aanvaarding van pijnbestrijdende medicatie door de respondenten kan begrepen worden door ze te plaatsen binnen hun theologische denkkader.De resultaten van het empirische luik van deze studie zijn om methodologische redenen niet generaliseerbaar. Toch zien we een zeer sterke overeenkomst tussen de visies en houdingen van de ondervraagde Antwerpse oudere moslims en de visies die in de literatuurstudie als dominant naar voren kwamen. We besluiten dan ook dat deze studie aantoont dat de houding van Marokkaanse oudere mannen uit Antwerpen die aan deze studie hun medewerking verleenden sterk wordt bepaald door hun religieus referentiekader.


Book
De geneeskunde die ons toekomt : een gezond praatpapier
Authors: ---
ISBN: 9001917321 Year: 1971 Publisher: Groningen Wolters-Noordhoff,


Book
De huisarts in de maalstroom der emoties : de ontwikkeling van een adequate benaderingswijze van patiënten met psychosomatische verschijnselen.
Author:
ISBN: 9020702602 Year: 1971 Publisher: Leiden Stenfert Kroese,

Listing 1 - 10 of 33 << page
of 4
>>
Sort by